fasen van het gesprek

1. De voorbereiding

Een goede voorbereiding verhoogt de kans van slagen van een gesprek en is in eerste instantie de houding waarmee de leerkracht het gesprek ingaat en in tweede instantie inhoudelijk. Stel je zo onbevooroordeeld mogelijk op en zoek naar de positieve aspecten van de leerling. Sta van te voren stil bij de leerling en leef je in. Formuleer de vragen die je gaat stellen. Doe dit vanuit verwondering: ga er niet vanuit dat je als leerkracht al weet wat er in de leerling omgaat (zie voor het opstellen van vragen de webpagina vragen). Informeer de leerling over het gesprek dat gaat komen. Hierbij kun je de volgende informatie bespreken:

  • De aanleiding: waarom wil je als leerkracht een gesprek? Benadruk dat het om een ‘persoonlijk gesprek’ gaat en niet om ‘straf’.
  • Het doel van het gesprek: in positieve bewoordingen, zoals ‘om samen een oplossing te zoeken voor…’. Noem ook de inhoud van het gesprek, dan kan de leerling daar alvast over nadenken.
  • Wanneer het gesprek zal plaatsvinden. Laat de leerling kiezen wanneer hij zelf graag het gesprek zou willen.
  • Hoe lang het gesprek zal duren en waar het zal zijn.
  • Check of de leerling een en ander heeft begrepen en rond de voorbereiding positief af. Zoals: “Leuk om je vanmiddag weer te spreken!"

2. De introductie

In deze fase gaat het om de regels van het gesprek. Er kunnen een aantal stappen gezet worden:

  1. Jezelf ‘voorstellen’ in deze rol als gesprekspartner
  • Maak duidelijk dat je nu in een andere rol zit dan anders voor de klas. Dit is namelijk een ‘speciaal’ of persoonlijk gesprek. Je gaat nu niet controleren of de leerling iets kan of weet, maar je wil graag de mening van de leerling horen.
  • Benoem kort de aanleiding van het gesprek en geef aan hoe lang het gesprek gaat duren.
  • Vertel hoe je met de informatie van de leerling omgaat: wat gebeurt ermee en wie krijgt de informatie? Gaat de leerling daarmee akkoord?
  • Geef aan waarom je tijdens het gesprek aantekeningen maakt (bijvoorbeeld: “Anders ben ik bang dat ik het vergeet.”). Laat de leerling meekijken.
  1.  Introductie van het kader van het gesprek
  • Stel de leerling op zijn gemak.
  • Vraag aan de leerling hoe hij het vindt om zo met je in gesprek te gaan. Vindt hij het spannend? Heeft hij het gesprek voorbereid met zijn ouders?
  • Benoem wat je gaat vragen en waarom je het vraagt. Zo weet de leerling waar hij aan toe is.
  • Benadruk dat het om de mening van de leerling gaat. Bijvoorbeeld: “Ik ga je vragen naar jouw eigen mening, want die is belangrijk. Jij hebt zelf vast wel een idee wat jou kan helpen, hoe we kunnen werken aan …”
  1. De aanzet tot het gespreksonderwerp: de startvraag
  • Stel een vraag die makkelijk te beantwoorden is, zoals: “Vertel eens over…” of “Hoe is het om …?”
  • Luister aandachtig, vat samen en vraag door.

3. De romp van het gesprek

Na de startvraag komt het gesprek in de fase waar het om gaat. Stel je vriendelijk, steunend en structurerend op. Toon belangstelling voor het verhaal van de leerling, wees oprecht nieuwsgierig naar zijn eigen ideeën. Complimenteer de leerling met het feit dat hij je iets vertelt. Luister aandachtig, vat samen en vraag door. Gebruik de vragen die je in de voorbereidingsfase hebt opgesteld (zie voor het opstellen van vragen de webpagina vragen ). 

Tijdens deze fase vinden twee processen plaats. Het ene is inhoudelijk en betreft het onderwerp dat besproken moet worden. Het andere is de aandacht voor het onderhouden van een goede relatie en sfeer. De (meta)communicatievoorwaarden zijn nu van belang (zie webpagina voorwaarden ). 

4. De afronding

Zorg ervoor dat de leerling het gesprek met een positief gevoel afsluit:

  • Geef alvast aan dat je het gesprek gaat afronden.
  • Heb oog voor hoe de leerling erbij zit. Welke non-verbale signalen of lichaamstaal zie je?
  • Ga terug naar de inleiding en naar het doel van het gesprek.
  • Vat het gesprek kort samen.
  • Vraag of de leerling nog vragen of opmerkingen heeft.
  • Kom terug op de vertrouwelijkheid van de informatie (“Mag ik dit vertellen aan…?”).
  • Geef aan welk vervolg er komt en maak hierover een afspraak.
  • Vraag de leerling hoe hij dit gesprek ervaren heeft.
  • Complimenteer de leerling voor zijn bijdrage aan het gesprek.
  • Dank de leerling voor het gesprek.

De bovengenoemde fasen van het leerlinggesprek worden kort weergegeven in het formulier 'format leerlinggesprek' dat op deze pagina te downloaden is.

een gesprek met een cluster 3 leerling

Hoe verloopt een gesprek met een cluster 3 leerling?

Een leerlinggesprek met een leerling die een rugzak heeft vanuit cluster 3 verloopt in principe net als een gesprek met andere leerlingen. Alle suggesties die gedaan worden voor het voeren van een leerlinggesprek op de website leerlinggesprek.nl zijn dus ook van toepassing op deze leerlingen.

Toch zijn er in gesprek met een cluster 3 leerling een aantal zaken waar je extra op kunt letten. Hoe staat het met het zelfbeeld van de leerling? En met zijn werkhouding?

Zelfbeeld

Veel leerlingen met een cluster 3 indicatie worden vaak (soms dagelijks) geconfronteerd met wat ze niet kunnen. Veel leerlingen hebben moeite met het accepteren van hun beperking/ziekte en vinden het lastig om daar over te praten. Sommige leerlingen doen zelf alsof er nets aan de hand is. Het zelfbeeld van deze leerlingen is vaak lager dan van de meeste andere leerlingen. Het is belangrijk, dat de leerkracht hier regelmatig in gesprekken aandacht aan besteedt. Leg in de gesprekken die je met ze voert vooral de nadruk op wat de leerling goed doet en op welke kwaliteiten hij heeft. Zoek samen met de leerling naar zijn kracht.

Voor meer informatie: gesprek zelfbeeld.docx (263,6 kB)

Werkhouding

Veel leerlingen met een cluster 3 indicatie hebben problemen met werkhouding en taakgerichtheid en hebben daar extra ondersteuning voor nodig. Besteed bij deze leerlingen veel aandacht aan structuur, duidelijkheid, afspraken en concrete lijnen. Voor veel leerlingen geldt, dat ze veel behoefte hebben aan visuele ondersteuning.

Voor meer informatie: gesprek werkhouding.docx (55,2 kB)

praktische 
formulieren

Hieronder zijn formulieren te downloaden die goed gebruikt kunnen worden bij het voeren van een leerlinggesprek.

Formulier 'format leerlinggesprek'

Het formulier 'gesprek met een leerling' volgt de fasen van het gesprek. Het kan als geheugensteun en leidraad voorafgaand en tijdens het gesprek door de leerkracht gebruikt worden. Bovendien kan dit formulier dienen als een beknopt verslag van het gesprek.

format leerlinggesprek.docx (18,9 kB)

Formulier 'leerlingplan'

In het formulier 'leerlingplan' kunnen de afspraken die gemaakt zijn tussen de leerkracht en de leerling opgeschreven worden. Dit is een plan dat door de leerling zelf ingevuld wordt; het is zijn eigen plan. Leerlingen zetten zich vaak goed in voor hun eigen plan.

leerlingplan.docx (32,1 kB)

Formulier 'onderwijsbehoeften'

Tijdens het gesprek stellen de leerkracht en de leerling samen een doel op. Laat de leerling beginnen: wat wil hij bereiken? Denk hierbij aan het belang van reële doelen (niet te laag maar ook niet te hoog) en van ‘kleine snelle doelen’ met een hoge kans op succes.

Om het opgestelde doel te bereiken kunnen de onderwijsbehoeften van de leerling in kaart gebracht worden: wat heeft de leerling nodig om het opgestelde doel te bereiken? Met behulp van hulpzinnen kunnen de onderwijsbehoeften van de leerling opgesteld worden.

onderwijsbehoeften.docx (17 kB) 

gespreksvoering naar leeftijd

Om de juiste gespreksvoering nog beter te kunnen toepassen en aan te sluiten bij de leerling, kan gekeken worden naar de kenmerken van gespreksvoering naar leeftijd. In het te downloaden document hieronder is dit in een beknopt overzicht gezet. De kenmerken die per leeftijdscatergorie worden genoemd, zijn gerangschikt in vijf onderwerpen: metacommunicatie, vorm waarin het gesprek plaatsvindt, verbale aspect, non-verbale aspect, vraagtechnieken en motivatie.

gespreksvoering leeftijdsgewijs.docx (17,6 kB)

een leerling met een indicatie voor cluster 3

Onder ‘cluster 3 leerlingen’ worden leerlingen verstaan die een indicatie hebben gekregen voor cluster 3 en met een leerling gebonden financiering (rugzakje) naar een reguliere basisschool gaan. Een indicatie voor cluster 3 kan afgegeven worden aan leerlingen met lichamelijke en/of verstandelijke beperkingen, langdurig zieke leerlingen en leerlingen met epilepsie.

In de rechterkolom van deze pagina is extra informatie te lezen over het voeren van een gesprek met een cluster 3 leerling.

 

 

 

 

 

het voeren van een leerlinggesprek

Contact